 |
|
|
|
Qi Gong betekent
"energie werk" en is de kunst om chi te gebruiken om gezondheid en
vitaliteit te ondersteunen. Qi staat voor levensenergie en gong voor
discipline, oefening en doorzettingsvermogen. Qi Gong is zeer uitgebreid
en bestaat onder andere uit zachte technieken voor ademhaling,
meridianen, drukpunten, sierlijke bewegingen, meditatie, zelfmassages en
andere manieren om met energie te werken. Over het algemeen zijn de
bewegingen langzaam, gracieus, gelijkmatig op basis van ontspanning en
niet brute kracht. Dynamische oefeningen bevorderen zowel de
bloeddoorstroming, lymfestelsels als de kwaliteit en circulatie van chi.
'Vervuilde' chi wordt afgestoten, verse chi opgenomen, blokkades in de
energiemeridianen doorbroken en de verdeling van chi over het lichaam
geoptimaliseerd. In Qi Gong worden meditatie, ademhalingstechnieken en
speciale bewegingen gebruikt. Er wordt veel gebruik gemaakt van
visualisaties waarin de geest leert energiestromen te volgen. De
oefeningen eisen totale aandacht en bewustzijn. Qi Gong is mediteren in
beweging
QiGong Oefeningen
We zullen in dit deel
van de website wat qigong oefeningen beschrijven. We starten met een
eenvoudige oefening om warme voeten te krijgen, daarna volgt een serie
oefeningen die bekend staat als de ademhalingsopeners. |
|
|
nierpunt |
|
|
|
De warme voeten oefening
Veel van onze patienten
hebben koude voeten. Een van de simpelste oefeningen om warme voeten te
krijgen is de zogenaamde bron van de nieren oefening. De nierenergie is
bij veel chronische aandoeningen gestoord, en deze oefening helpt de
niermeridiaan om weer in balans te komen.
Ga zitten in de
kleermakerszit en omvat beide voeten met de handen, zodanig dat de duim
op de punt van de voetzool kan drukken die in de afbeelding is
aangegeven. Dit is het Nieren 1 punt, of ook wel de bron van de nieren
genoemd. Druk op dit punt en ga er met je aandacht heen. Probeer van
binnen uit te voelen hoe het punt voelt en probeer er contact mee te
krijgen; laat de warme qi vanuit je onderbuik naar die punten stromen.
Met een inademing adem je verse qi in en met de uitademing stel je voor
dat de opgewarmde qi vanuit borst en buik naar de voeten stroomt.
|
|
|
 |
|
De Qigong
ademhalingscyclus
De
ademhalingscyclus bestaat uit een cyclus van 7 maal 3 oefeningen
Doelstelling van deze
Qigong serie:
-Openen van de ademhaling
-Versterken van de
afweer en hart en longen
-Toename van de Zong-qi (de qi van de
borstkas)
Deze cyclus van 7
ademhalingsoefeningen helpt om de energie van hart en longen en de
afweerenergie in het lichaam te versterken. Als deze oefeningen
regelmatig gedaan worden zult u merken dat u minder vaak bezocht wordt
door verkoudheid- en griepvirussen, en de algehele energie van het
lichaam zal verbeteren.
De oefeningen worden
gedaan met de voeten ter hoogte van de schouders stevig op de grond, de
knieën zijn licht gebogen en ontspannen; ook de kaken dienen ontspannen
te zijn. Dit is de klassieke Qigongbasisstand. Het is belangrijk om in
de beweging de ademhaling synchroon te laten worden met de bewegingen
zelf. Adem langzaam door de neus in, in de richting van de buik en adem
uit met de mond open. Probeer tijdens deze oefeningen steeds ontspannen
te blijven, zonder dat er spanningen ontstaan in het lichaam. Men doet
deze oefeningen het beste met losse kleren en met weinig of niets in de
maag. Probeer naar binnen voelen, contact te maken met het eigen
lichaam, het ritme van de ademhaling van binnenuit voelen. De oefeningen
behoren niet automatisch te worden, dan verliezen ze het effect. Elke
beweging moet driemaal herhaald worden.
Voordat u met de cyclus
begint, probeer eerst rustig te staan in het hier en nu; voel het
lichaam, hoor de geluiden om u heen, zie de omgeving, alsof u een
waarnemer vanuit afstand bent. Deze vorm van bewustzijn wordt wel de
‘Watcher-on-the-hill’ genoemd. Het is een staat van rustig meditatief
bewustzijn, waarbij alles waargenomen wordt (ook de ademhaling zelf, en
de emoties en de lichamelijke gewaarwordingen), zonder dat iets zich op
de voorgrond dringt. Zodra u merkt dat u gaat denken aan allerlei dingen
tijdens de oefening, begin dan opnieuw met eerst staan in de
Qigongbasisstand en weer leeg worden in het hoofd.
Basisstand
Bij de Qigong bewegingsoefeningen is het belangrijk dat het lichaam in
de basisstand geheel ontspannen is. De voeten staan op schouderbreedte
afstand recht naar voren, de knieën zijn licht gebogen, de buik is
ontspannen (het doen uitpuilen van de buik), de schouders en armen zijn
los en het hoofd is ontspannen. De handen liggen op elkaar voor de buik.
De blik is niet gefocust en concentreer op de ademhaling. Op het moment
dat niet meer aan het verleden of de toekomst wordt gedacht, maar je in
het hier-en-nu zit, kunnen de oefeningen veel doeltreffender uitgevoerd
worden.
Adem bij elke oefening in door de neus en adem uit door de mond. Elke
cyclus van een oefening wordt 3 maal achter elkaar gedaan. |
 |
|
|
|
Oef.1
In de eerste cyclus
bewegingen brengt u de gevouwen handen eerst ter hoogte van de buik als
in de basisstand. Daar zit de Dantian, enkele vingerbreedtes onder de
navel, volgens de Chinezen het centrum van alle energie in ons lichaam.
Bij de inademing gaan de
handen omhoog, draaien voor het hart en worden boven het hoofde gestrekt
met de handpalmen naar boven gericht. De armen zijn in de uiterste
positie net niet gestrekt. De handen gaan dezelfde weg weer terug naar
de buik tijdens de uitademing. Aan het einde van de uitademing brengt u
gevouwen handen weer terug naar de plaats voor de onderbuik. Deze
beweging wordt 3 maal gedaan. |
|
|
 |
|
|
|
Oef.2
Vanuit de basisstand
beweegt u de handen tijdens de inademing met handpalmen omhoog tot de
hoogte van het hart, waar ze draaien en verder boven het hoofd gestrekt
worden als in oefening 1. Tijdens de uitademing beweegt u de handen
zijdelings naar beneden terug naar uitgangspositie. Ook deze oefening
wordt 3 maal herhaald. |
|
|
 |
|
|
|
Oef.3
Tijdens de derde cyclus
van bewegingen brengt u bij de inademing de handen vanuit de basisstand
met een boog zijdelings omhoog totdat de handpalmen boven uw hoofd tegen
elkaar aankomen. Tijdens de uitademing brengt u de handen, terwijl
handpalmen tegen elkaar aanblijven, in de middellijn weer naar beneden
terug naar uitgangspositie |
|
|
 |
|
|
|
Oef.4
In de vierde cyclus
bewegingen brengt u de handen vanuit de basisstand tijdens inademing
omhoog tot borsthoogte en op borst hoofd gekomen drukt u de handen met
palmen naar buiten gericht tegen een denkbeeldige wand, helemaal tot u
armen uitgestrekt zijn. De handen maken een hoek van ongeveer 90 graden
met de onderarmen. Tijdens uit ademhaling ontspant u de handen, beweegt
u de armen in een boog naar beneden, waarna deze weer terugkomen in de
basisstand. |
|
|
 |
|
|
|
Oef.5
De vijfde cyclus
bewegingen begint weer met de handen op elkaar, maar nu met de linker
handpalm naar beneden gericht (linkerhandpalm naar de aarde gericht) en
de rechter handpalm omhoog gericht. Tijdens de inademing draaint de
rechterhand voor het hart en wordt naar boven gestrekt, terwijl de
linker arm naar beneden wordt gestrekt. Hemel en aardeworden van elkaar
gescheiden. Vervolgens brengt u tijdens de uitademing de rechter arm
weer naar beneden, als een molenwiek en sluit aan op de linkerhand. De
linkerhand wordt naar de buik gebracht en omgedraaid, zodat de handpalm
naar boven wijst. Bij volledige uitademing is het eerste gedeelte van de
oefening voltooid, alleen rust nu de linkerhand boven de rechterhand.
Bij de volgende inademing gaat nu de rechterhand omlaag en de linkerhand
omhoog, waarna bij de uitademing de hele cyclus is voltooid |
|
|
 |
|
|
|
Oef.6
De zesde cyclus van
bewegingen is als volgt: u brengt eerst tegelijkertijd de linkerarm
schuin naar beneden en de rechter arm schuin omhoog terwijl u kijkt naar
de hand die zich links achter u bevindt. In de positie aan het einde van
de inademing bevinden beide armen zich in een diagonaal. De armen worden
net niet geheel gestrekt.Tijdens de uitademing brengt u de handen weer
terug in de uitgangspositie. Vervolgens doet u ditzelfde in spiegelbeeld
de andere kant uit, waarbij de linkerarm omhoog gaat en rechterarm
omlaag. |
|
|
 |
|
|
|
Oef.7
Vanuit de basisstand
worden bij de inademing de handen naar boven gebracht, draaien ze voor
het hart, worden de armen boven het hoofd uitgestrekt en wordt er een
lichte holle rug gemaakt. Bij de uitademing gaan de handen weer in een
cirkelbeweging aan de zijkant omlaag, om weer in de basisstand uit te
komen. |
|
|
 |
|
©
ORES 2003 |
|
|

Chi-Neng QGong
Meditatie in beweging voor de westerse mens
door Roy Martina & Patricia
Van Walstijn
ISBN 90 5599 088 4
 |
|
|
|
|
| |
|
|
|
Top
Terug
Home |
|
|
|
|
|